Tekstversie

Algemeen:

Startpagina

Contact

Pedagogisch beleid

Ons pedagogisch beleidsplan geldt voor het gehele kindercentrum.



Integreren van de visie van Gordon en Broekie

De eerste 8 jaar werkten wij met een eigen visie.
Na het bestuderen van de visie van Gordon, die in verschillende opzichten op onze methode leek besloten wij om de Gordon methode te integreren in de wijze waarop wij met kinderen omgaan.
Dit besluit hangt samen met het feit dat in de Gordon methode alles benoemd wordt en een naam gegeven is.
Na de integratie is voor ons, en de buitenwereld duidelijk waar wij mee bezig zijn.



Uitgangspunten KDV Broekie:

Kinderen worden beschermd en gekoesterd door hun ouder(s)/verzorgers.
De relatie die zij opbouwen met ouder(s)/verzorgers, eventueel broers, zusters, oma’s en opa’s is van primair belang.
Zij vormen de zogeheten ‘binnenwereld’ voor het kind en daar wordt de basis gelegd voor hun verdere leven.

Eén van de eerste momenten dat een klein kind in aanraking komt met de ‘buitenwereld’ is op het kinderdagverblijf.
Het kinderdagverblijf is een maatschappij in het klein waar kinderen relaties aangaan met andere volwassenen en kinderen.
Kinderen worden op een andere manier gestimuleerd door de mensen om hen heen en door het spel en leermateriaal dat zij krijgen aangeboden.
Deze kennismaking met de ‘buitenwereld’ moet zorgvuldig gebeuren.
Kinderopvang biedt een ondersteuning voor ouders die buitenshuis werken, studeren en/of andere bezigheden hebben maar het draagt ook bij aan het verbreden van de leefwereld van het kind.

De manier waarop wij dat doen staat hieronder beschreven:
Delen van opvoedingsverantwoordelijkheid met ouders/verzorgers.
De ouder/verzorger is de primaire opvoeder.
Op het kinderdagverblijf is er eveneens sprake van opvoeding.
Het kinderdagverblijf is een partner in de verzorging en opvoeding.
In overleg met de ouders/verzorgers vullen wij de thuissituatie aan.
Er vindt een wisselwerking plaats tussen leidsters en ouder(s)/verzorgers over het ‘hoe’ en ‘wanneer’ van de ontwikkeling van hun kind.
De manier van opvoeding verschilt echter onder meer door de deelname aan de groep en de aanwezigheid van ‘professionele opvoeders’ (de leidsters).
Zij krijgen zelfvertrouwen, eigenwaarde en respect
Kinderen en ouders/verzorgers dienen op een respectvolle manier te worden benaderd.
Verschillen tussen de kinderen worden als verrijking van de groep beschouwd.
Om te kunnen ‘groeien’, moet het kind zich thuis voelen.
Het personeel op het kinderdagverblijf dient uit te stralen dat elk kind en zijn of haar ouder(s)/verzorgers geaccepteerd zijn op het kinderdagverblijf.

Kinderen worden op een positieve, opbouwende manier benaderd.
Zelfstandigheid, zelfredzaamheid - tegenover - vertrouwdheid, geborgenheid en veiligheid
De leidster zoekt het evenwicht tussen geborgenheid en veiligheid aan de ene kant en uitdagingen aan de andere kant.
Veiligheid en geborgenheid bieden de basis voor zelfvertrouwen.
Uitdagingen vormen de basis voor zelfstandigheid.
Als deelnemer van de groep leren kinderen met elkaar rekening te houden.
Kleine kinderen kijken op naar oudere kinderen en oudere kinderen helpen de kleinere.
Er moet ook vrijheid zijn voor eigen keuzes, bijvoorbeeld om deel te nemen aan georganiseerde activiteiten of om vrij te spelen.
Binnen de groep zijn er duidelijke regels, deze zijn niet bedoeld als een keurslijf, zij dienen om de veiligheid te garanderen en de ruimte te scheppen voor elk kind om zich te ontplooien.

De ontwikkeling van het kind
Op het kinderdagverblijf worden de kinderen op allerlei manieren uitgedaagd.
Maar het kinderdagverblijf is echter geen school, leren is niet verplicht.
Kinderen ‘groeien’ door het aanbieden van activiteiten die aansluiten bij hun leefwereld.
Hun cognitieve, lichamelijke, sociale en emotionele ontwikkeling wordt gestimuleerd door een aanbod van activiteiten.

Signalering en uitwisseling.
Tenslotte, kan het kinderdagverblijf een functie vervullen door tijdig problemen te signaleren.
Ouders/verzorgers wordt een omgeving aangeboden waarin zij met andere ouders en met leidsters ervaringen kunnen uitwisselen en bij problemen naar de juiste instanties verwezen kunnen worden.



Uitgangspunten Gordon

De belangrijkste elementen van de Gordon- methode die wij toepassen:
- Ik – Taal; doordat je verwoordt wat je denkt en voelt, geef je kinderen een voorbeeld: jouw openhartigheid en duidelijkheid stimuleert hen om hun gevoelens en gedachten onder woorden te brengen. Actief luisteren helpt bij de moeilijkheden, of de probleempjes die een kind heeft.
Vragen wat er aan de hand is, is vaak zinloos.
Je verplaatsen in zijn situatie en het kind laten merken dat je er voor hem bent is essentieel.
- De overlegmethode; in iedere relatie komen kleinere en grotere conflicten voor, in sommige relaties meer dan in andere.
Of een relatie bevredigend is, hangt niet af van het aantal conflicten, maar hoe ze worden opgelost.
Deze manier van conflict oplossen is alleen effectief wanneer het voortkomt uit een basishouding van respect: respect voor jezelf en je eigen behoeften én respect voor het kind en zijn behoeften.

Hoe het toepassen hiervan er in de praktijk eruit ziet, leest u in het pedagogisch beleidsplan welke ter inzage ligt op het kindercentrum.



Ouderbeleid

Om de twee leefwerelden van het kind op elkaar aan te laten sluiten overleggen ouders/verzorgers en leidsters regelmatig met elkaar.
Er moet sprake zijn van een uitwisseling van informatie.
Alleen als ouders/verzorgers weten wat er in een groep gebeurt, kan er sprake zijn van gedeelde opvoeding.
Vanaf het wennen tot het vertrek naar de basisschool hebben leidsters een sturende rol bij de ouder/verzorgercontacten.
In ons pedagogisch beleidsplan staat beschreven hoe het beleid er in de praktijk uit ziet.
Ook is er een oudercommissie.